Dag 24-25 – Rocky Mountain National Park

Zaterdag:

Het is aan het begin van de ochtend heel even koud, althans, dat vind ik, maar dat duurt niet lang, want zodra de zon zich over de top van de berg heeft geworsteld, branden we de tent uit. We staan dus op een bergje, pal naast Twin Lakes, aan de voet van de Independance Pass, die je naar Aspen brengt. Zoals we van vorig jaar weten, is dit werkelijk een prachtige bergpas, die je naar 4km hoogte leidt en, als je je niet goed voorbereid, zoals wij vorig jaar, je met je slippers en korte broek in de sneeuw staat te kleumen van de kou. Dit jaar gaan we niet naar Aspen, dit jaar blijven we wat oostelijker in Colorado, want we willen naar Rocky Mountain National Park.

Doordat we niet zijn blijven slapen bij Great Sand Dunes, maar zijn doorgereden, lopen we eigenlijk een dag voor op schema. Het schema zou ons naar Frisco brengen, in de winter een ski resort, in de zomer een prima plek om een nachtje door te brengen als je op doorreis bent. Echter, Frisco ligt nu nog maar een dik half uur rijden van ons vandaan.

We pakken onze spullen en zeggen vaarwel tegen het tot nu toe mooiste kampeerplekje waar we ooit hebben gestaan. Gelukkig komen we snel een benzinepomp tegen voor de broodnodige koffie en plannen vervolgens de dag. Vanaf morgen hebben we 2 nachten een kampeerplaats in het park, vlakbij het plaatsje Estes Park. Waarom niet alvast die kant oprijden, de westelijke ingang door de bergen te pakken en daar vervolgens kijken of we nog ergens kunnen overnachten?

Zo gezegd, zo gedaan, en rijden we door.

Zodra we in de buurt van de ingang van het park zijn, zien we de wolkenmassa toenemen, er hangen zelfs behoorlijk zwarte wolken om de bergtoppen, wat een mooi, maar ook dreigend beeld schept. Het blijft wel droog en rijden het park in. Dit is een prachtige weg, die je verschillende uitzichten over de meest imposante, met sneeuw bedekte bergtoppen biedt. Langzaam ga je hoger en hoger, tot we bij het “Alpine Visitor’s Center” zijn. Vanaf daar kun je nog een soort stenen trap verder omhoog lopen, tot je op dik 12.000ft bent, ruim 3700 meter boven zee niveau.

En dat merk je! Mede omdat het behoorlijk hard waait, maar vooral vanwege de ijle lucht, is dit klimmetje van zo’n 100 meter, best pittig en kan je goed buiten adem krijgen. Nou hebben we het geluk dat dit niet onze eerste bestemming is en dat we al een tijdje op hoogte zitten en hebben overnacht, maar voor zee-niveau mensen als wij Hollanders, is dit toch echt even wennen.

Het is druk in het park, heel druk. Het is natuurlijk zaterdag, wisten we wel, maar als je bijna 4 weken op vakantie bent, hou je de dagen niet zo goed in de gaten. Het is niet alleen zaterdag, maar ook het Vaderdag-weekend. Net weer een extra reden om met je familie eropuit te trekken.

Dat merken we ook, als we tegen een uur of 4 een motel zoeken in Estes Park. Estes Park is nog levendiger dan Aspen en blijkbaar een zeer gewilde plek om je weekend door te brengen. We proberen diverse motels, veel hebben hun “No Vacancy” lampje branden, dus die slaan we over. Degenen die dat niet hebben, zijn toch stiekem vol, of hebben nog 1 kamer over à 290 dollar. Maar dan krijg je wel 3 queen bedden en een prachtig uitzicht. Bleh, daar hebben we helemaal niks aan, maar ik snap dat die kamers als laatste overblijven. Op een gegeven moment zijn we het zat om van motel naar motel te rijden en zoek ik op internet of er nog ergens plek is buiten Estes Park. En via Hotels.com zien we een Super8 Motel, in Longmont, wat 50 minuten rijden is. Een kamer kost daar alsnog 110 dollar, maar dat is dus al stukken beter. Ook is er op het eerste gezicht een redelijke keuze aan restaurants, dus ik boek en betaal gelijk de kamer, zodat we straks niet weer bot vangen.

Al rijdend naar onze bestemming, zeg ik tegen Jolanda dat het voor Nederlanders best wel opmerkelijk is, want als je het in reistijd uitdrukt, kun je het volgende redeneren: we willen in Utrecht een hotel, want daar is iets wat we graag willen doen, dat kunnen we niet vinden, dus rijden we door naar Rotterdam.

Het is een prima motel en we eten “meh” Indiaas eten. Ik had een lam Vindaloo, niet veel te pittig, dat is prima, maar helaas ook niet zo kruidig als ik gewend ben. Jolanda had een curry met mango en dat was veel te zoet. De Garlic Nan en de King Fisher biertjes waren wel erg lekker. Na het eten, terug naar de kamer. Morgen maar weer een wekker zetten, ontbijt is tot 9 uur en we moeten die 50 minuten weer terugrijden, denken we dan nog…


Zondag:

We hebben allebei een wekker gezet, om 8 uur. Jolanda heeft altijd net iets meer behoefte aan een ontbijt dan ik. Ik kan op een bak koffie prima de dag beginnen. Met bijna een vliegende start springt ze het bed uit, begint zich aan te kleden en, gelukkig, zet een bak koffie in de kamer. Ik heb iets meer tijd nodig, en heb geen honger, dus zeg: “ga maar vast, neem maar een cinnamon role mee voor mij”. En zo geschiedde.

Twee nachten kamperen hebben we voor de boeg. De laatste 2 nachten van deze vakantie. Shit, het is alweer zover. Daarna nog 3 nachten in Boulder, maar dat is dan… nu is nu. Nadat we inkopen hebben gedaan, rijden we terug naar Estes Park, om daar het Rocky Mountain National Park in te rijden. Maar als we daar aankomen, staat eerst het hele dorp volledig vast en daarna moeten we nog in de file staan bij de ingang. Ach, haast hebben we ook niet, we hebben immers een reservering en officieel mogen we pas om 13:00u de kampeerplaats op. Het loopt tegen twaalven als we het park eenmaal binnen zijn en rijden richting onze camping. Overal hebben we wel al borden zien staan met “Restricted Access”, maar we moeten toch echt deze weg in om bij de camping te komen. Niet veel later komen we, net als alle andere auto’s voor en achter ons, bij een checkpoint. Iedereen moet omdraaien en als wij bij de ranger aanrijden, zegt ‘ie zonder blikken of blozen dat we de auto voor ons moeten volgen en om moeten draaien. Euh, jamaar… hoe komen we dan bij de camping? Ik zeg dus alsnog dat we een reservering hebben, en vraag hoe we dan bij de camping kunnen komen. Hij denkt even na, kijkt de auto in en geeft een sein aan een andere ranger, verder voor ons op de weg, dat wij wel door mogen en we rijden door.

We zijn dus uiteindelijk aan de vroege kant voor inchecken, ons eerste idee was om eerst een hike te doen en daarna de tent op te zetten, maar bij de camping aangekomen, mogen we gelijk door en zetten dan dus maar eerst onze tent op. We hebben een prachtig plekje, met vol uitzicht op een paar bergen, waar de sneeuw op de toppen, nog niet helemaal is gesmolten. Heerlijk om wakker te worden en het “raam” in de tent open te gooien en vanuit de tent gewoon alleen naar de bergen te staren.

De tent staat vrij snel en we willen gaan hiken. Omdat we met onze auto door het checkpoint zijn gekomen, zouden we deze kunnen pakken en door kunnen rijden naar het begin van de door ons beoogde wandeling, maar we besluiten een shuttle te nemen, die bij onze camping stopt. De chauffeur is een dame van (ik schat) achter in de 50. We zitten als enige in het busje en ze zegt gelijk: “volgens mij komen jullie uit Nederland, is het niet?” Huh?! Enigszins verbaasd geven we toe en ze verteld dat ze in het verleden mensen heeft ontmoet, die in Hilversum wonen en waar ze vorig jaar nog naar is afgereisd en een tour door Nederland van hen heeft gekregen. Als we zeggen dat we uit Utrecht komen, gilt ze het even uit… dat is zooo’n mooie stad! Voor ons, niets in vergelijking met Colorado.

We stappen uit bij Glacier Gorge Trail Head en lopen via de Alberta waterval door, want we hebben een route gevonden, die ons in 15 kilometer rondleidt, in plaats van dezelfde route heen als terug. Het gaat op zicht licht naar boven en dus prima. Hoe hoger je komt, hoe meer sneeuw, of eigenlijk, ijs, je tegenkomt. Zijn de eerste keren leuk voor een sneeuwballen gevecht, daarna is het één groot winter-wonder-land. Prachtig om te zien natuurlijk, al dat stralende wit, maar op sommige plekken ligt het pak ijs 2 meter bovenop de wandelroute en dan is het dus soms gissen naar waar je naartoe moet. Je loopt dan ook zo nu en dan eens fout, om je vervolgens opnieuw te beraden naar de route.

We willen doorlopen naar Timberline falls, maar de sneeuw maakt de route te ingewikkeld, vinden we dan nog, dus besluiten om te draaien en de wandeling voort te zetten, want, zo denken we, dit moet het moeilijkste punt wel zijn geweest.

Niets is minder waar. Blijkbaar gaat het tweede deel van de hike, via de kant van de berg waar de zon niet veel schijnt. Het is er prachtig, maar het hiken is er heel erg moeilijk. Niet 4, niet 5, of niet 6 keer zijn we de route bijna kwijt, omdat de sneeuw nog minstens 4 meter boven het eigenlijke pad ligt. We kunnen soms niet anders dan alleen enkel voetsporen in de sneeuw van voorgangers volgen, maar ook hebben die soms ongelijk en beland je buiten de route. Het is ook bij vlagen heel verraderlijk, want de dooi is al een tijdje bezig, dus je ziet overal stroompjes, beekjes en riviertjes smeltwater stromen. Soms moet je zelfs een “sneeuwbrug” over, waar onder al duidelijk water stroomt. Je ziet soms ook voetsporen die bijna een meter zijn weggezakt, omdat onder een laagje sneeuw, waar je denkt op te kunnen staan, eigenlijk alleen nog maar lucht zit.

Voetje voor voetje, moeten we ons een weg banen en daar zie ik ze! In de sneeuw. Het zijn verse pootafdrukken, en het zijn absoluut geen hoeven van een ree of Elk. Volgens mij zijn dit daadwerkelijk poot afdrukken van een zwarte beer! Heel fascinerend en ook een beetje eng op deze plek waar je niet veel bewegingsvrijheid hebt, want we lopen nu op een plek waar we met de ijs in ons nadeel zijn. We lopen voetje voor voetje, handje voor handje, door. We hebben eigenlijk geen keus, de weg terug is al lastig genoeg en veel erger kan het toch niet worden. Totdat we op een punt komen, waar er geen pad meer is. De voetstappen gaan over een soort kleine gletsjer, die nu nog vast aan de bergwand lijkt te zitten, en we hebben letterlijk 30cm om over ijs te lopen, met geen houvast (alleen maar ijs) aan de linkerkant en afgrond aan de rechterkant. Terug is ook geen optie meer, dus we moeten wel. Heel voorzichtig loop ik over de richel en verken het “pad”, Jolanda loopt achter me aan. We hebben niets aan elkaar op dit moment, behalve dat ik Jolanda bemoedigende woorden toe spreek. Eigenlijk zijn deze woorden (ook) voor mij bestemd. Ik kijk alleen naar mijn voeten en dat dunne reepje ijs waar ik over moet lopen, Jolanda kijkt per ongeluk naar beneden en dat helpt niet.

We redden het, maar als we denken dat hierna het alleen maar makkelijker kan worden, komen we bedrogen uit. Het is nog maar 2 mijl, dus qua afstand hebben we het meeste ruim achter de rug, maar nu zitten we op het noordoosten van de berg, en daar komt echt bijna geen zon. Meters boven het echte pad, lopen we over het ijs, soms balancerend, soms houvast proberen te zoeken aan takken. Het maakt niet meer uit hoe laat we vanavond klaar zijn, als we maar heel aankomen. Langzaam maar zeker zien we tussen de bomen door, links onder ons, een meer steeds dichterbij komen en eindelijk staan we op vaste grond en zien opeens gezinnen met kleine kinderen voor ons, wat een opluchting is, want dan weet je zeker dat de rest van de route terug makkelijk zal zijn.

Als we dit hadden geweten, dan waren we nooit doorgelopen. We stappen in de shuttle terug naar onze camping, en daar zit onze vriendelijke buschauffeuse weer. Ze is benieuwd naar wat we hebben gedaan vandaag en heeft diep respect voor onze prestatie.

Weer terug bij de tent knal ik het kampvuur aan, gooi er grote runderspiezen op en genieten van de zonsondergang. Het lijkt wel alsof de lucht in brand staat. Gelukkig is dat niet zo, we hebben immers al genoeg brand gezien deze vakantie.

Volg ons op:
Facebook0
Google+0
https://www.travelblogging.nl/reisverslagen/roadtrips/dag-24-25-rocky-mountain-national-park/
Follow by Email23
INSTAGRAM54

4 Replies to “Dag 24-25 – Rocky Mountain National Park”

  1. Gerard

    Stoer! Maar kan me voorstellen dat je niet echt op je gemak was toen je die berenpotenafdruk zag.

  2. Sandra

    En je weet het, als je die zwarte beer tegenkomt: altijd terug stompen! 😉 Willen jullie niet meer van die capriolen uithalen?! We hebben nog een bbq en een vakantie voor de boeg… 😛

Reacties zijn gesloten.